zaterdag 24 maart 2012

Sociale media, literatuur

 
Niets, niets, niets dat zo vijandig is aan wat literatuur is, was en zou moeten zijn als een institutie als Facebook. Niet omdat schrijvers hun postjes opleuken in een aangeleverd format – het is het opleuken zelf. Gewillig zich voegen in een sociale maskerade.

Eenzame bovenhuisschrijver vertreedt zich bij de koffieautomaat. Babbelen tussen de werkzaamheden door. Naast de kapstok – af en toe vertreedt hij zich letterlijk – hangt een spiegel met een kantoorgezicht. Het is het gezicht dat hij wil zien. Met zijn schrijverschap zal het nooit iets worden.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen